Jeanne Panne
Tuniek
België
1650
De Jeanne-tuniektrui verwerkt subtiel de kleuren zwart, geel en rood. Samen vormen zij een verwijzing naar de Belgische vlag en dragen zij een boodschap die verder reikt dan het verhaal van één vrouw.
Met dit ontwerp vraag ik aandacht voor de vele slachtoffers van de heksenvervolging in de Zuidelijke Nederlanden en het huidige België. In verschillende Europese landen en steden werden de voorbije jaren initiatieven genomen om deze vrouwen en mannen symbolisch eerherstel te verlenen. Hun namen werden opnieuw uitgesproken, hun verhalen onderzocht en het onrecht dat hun werd aangedaan officieel erkend.
Ook in België verdienen deze slachtoffers een plaats in het collectieve geheugen. Niet omdat we het verleden kunnen veranderen, maar omdat we het kunnen begrijpen en benoemen. Eerherstel is geen oordeel over de mensen van toen; het is een erkenning dat angst, vooroordelen en machtsmisbruik duizenden levens hebben verwoest.
De kleuren van de Belgische vlag herinneren ons eraan dat dit niet alleen een verhaal uit de geschiedenis is. Het gaat ook over de waarden die we vandaag willen verdedigen: menselijke waardigheid, rechtvaardigheid, kritisch denken en respect voor mensenrechten. Door de naam van Jeanne Panne opnieuw zichtbaar te maken, wordt deze trui een uitnodiging om stil te staan bij een verleden dat nog altijd iets te vertellen heeft over onze samenleving van vandaag.

Galerij














Symboliek en ontwerp
Deze trui is opgebouwd rond twee eenvoudige symbolen: kleur en kruis.
De gele en rode kruissteken verwijzen naar de kleuren die vandaag verbonden zijn met België en de Vlaamse kuststreek waar Jeanne Panne leefde. Op een donkere ondergrond lichten ze op als bakens in de nacht, zoals de vuurtorens en havenlichten die generaties vissers de weg naar huis wezen.
Het kruis zelf is een eeuwenoud beschermingssymbool. Lang vóór het een religieuze betekenis kreeg, werd het gebruikt als teken van verbinding, evenwicht en bescherming. In volkskleding werden kleine kruisvormige steken vaak aangebracht op kwetsbare plaatsen van een kledingstuk, niet als magie, maar als een tastbare uitdrukking van zorg. Een kledingstuk moest niet alleen warm zijn; het moest ook bescherming bieden aan wie het droeg.
Voor Jeanne Panne krijgen deze kruisen een dubbele betekenis. Ze verwijzen naar de beschermende steken die vrouwen eeuwenlang met hun handen maakten, maar ook naar de kruisen die haar leven uiteindelijk tekenden: het kruis van beschuldiging, van lijden en van het oordeel dat over haar werd uitgesproken. Door ze in rood en geel opnieuw zichtbaar te maken, veranderen ze van een teken van veroordeling in een teken van herinnering.
Elke steek is daarom een klein eerbetoon aan Jeanne en aan de vele vrouwen die niet als heksen herinnerd zouden moeten worden, maar als mensen die deel uitmaakten van hun gemeenschap en hun kennis, zorg en ervaring met anderen deelden.
Technische gegevens
Kies uit 3 maten: S, M en L. Op de foto’s zie je maat M. Je werkt in het rond tot aan de armsgaten. Dan verdeel je het werk in twee en brei je elk deel afzonderlijk verder. Voor de schouders zorgen verkorte naalden voor een mooie vormgeving. De mouwen worden aan het lijf gebreid van boven naar beneden in het rond, met een paar verkorte naalden om het armsgat te ronden. De kruissteken naai je achteraf gemakkelijk op de hals, schouders en mouwen.
AFMETINGEN S (M, L)
Borstomtrek 94 (100, 106) cm
Totale lengte 78 (80, 82) cm
Strook onder de taille 16 cm
Lengte tot armuitsnijding 51 (53, 55) cm
Lengte armsgat 25 cm
BENODIGDHEDEN
Breinaalden nr 3.5 en 4.5
DROPS AIR
65% alpaca, 28% polyamide, 7% wol
50 g = 150 m
G 31 zwart 450 (500) 500 g
restjes geel (22) en robijnrood (07) voor de kruissteken
STEKENVERHOUDING
20 steken x 24 rijtjes in tricot met naalden 4.5 = 10 cm
Historische achtergrond
De tuniektrui draagt de naam van Jeanne Panne die in Nieuwpoort leefde in het midden van de 17e eeuw, een tijd van oorlog, armoede en angst. Ze stond bekend als een vrouw die wist hoe je met kruiden omging en wie je moest helpen in tijden van ziekte. Toen ongelukken en tegenslagen de stad troffen, wezen buren haar aan als oorzaak van het kwaad. In 1650 werd ze gearresteerd en voor het schepencollege van Nieuwpoort gebracht. Onder foltering werd haar een bekentenis afgedwongen, zoals zo vaak gebeurde in heksenprocessen. Ze werd beschuldigd van maleficium: het veroorzaken van ziekte, schade en ongeluk door magie.
Het vonnis was onverbiddelijk: eerst worging aan de paal, daarna verbranding van haar lichaam. Op 28 januari 1650 werd het vonnis voltrokken op het schavot van Nieuwpoort. Jeanne werd zo een van de laatste slachtoffers van de heksenvervolging in de Vlaamse kuststreek. Vandaag wordt zij herdacht als een onschuldig slachtoffer van angst, bijgeloof en onrecht.